tuinkalender.punt.nl

Het mag dan nu wel herfst zijn maar daarom hoeft uw tuin er nog niet kleurloos uit zien.

Alle onderstaande planten staan nu nog volop in mijn tuin te bloeien.


Winterheide: Erica carnea

Winterheide (Erica carnea) bloeit vanaf oktober/december tot in april/mei in de kleuren roze, rood, paars en wit.

Standplaats: zon/halfschaduw

Hoogte: circa 25 cm

Plantsoort: vaste plant (groenblijvend)

Vermeerderen: Stekken kan het hele jaar. Maak stekken van ca 10 centimeter. Gebruik stekpoeder voor snelle beworteling. De stek kunt u het beste onder glas of plastic kweken. Na ongeveer drie maanden is de stek beworteld en kunnen ze opgepot worden in kleine potjes. Gebruik stekgrond (turfmolm vermengd met 50 procent metselzand) voor heideachtige planten. Zijn ze groot genoeg plant ze dan in uw tuin als het bewolkt of regenachtig weer is.

Winterheide: snoeien

Deze kunt u het beste vlak na de bloei snoeien. Bij veel van deze Heide soorten past u verjonging snoei toe, dus ieder jaar een gedeelte van de oude takken er tussenuit snoeien.


Hebe andersonii ‘Maria’ groenblad

Hieronder het zelfde soort maar met bontblad,


Bloeiperiode:
juli tot oktober, mogelijk ook november, december afhankelijke van het weer, als het dus niet te koud is.

Hoogte: circa 100 tot 150 cm

Standplaats: zon/halfschaduw

Grondsoort: zuur, bij het planten in gewone tuingrond is het aan te bevelen om de plant in turfmolm te planten, en daarna een dun laagje tuin aarde er op strooien.

Winterhart: matig winterhard. Bij strenge vorst de plant beschermen.

Omschrijving: groenblijvende plant met groen of bond blad en aren met bloemen van juli tot oktober.

Vermeerderen: begin van de zomer, stekken snoeien van circa 25 cm in potgrond of goede tuinaarde planten met een tipje stekpoeder er aan mag, maar is niet noodzakelijk.

 

 


 

 

Korenbloem: Centaurea montana

 

 

Bloeiperiode: mei / oktober

Standplaats: Zonnig, groeit op vrijwel elke grondsoort.

Hoogte: circa 50 cm

Bladverliezend.

Winterhard: Ja

Vermeerderen: in voor of najaar, delen / scheuren / zaaien


Tuin Garanium: Eryngium manescavii

Bloemkleur: Roze 

Bloeitijd: mei / oktober 

Hoogte: circa 40 cm 

Winterhard: ja 

half groenblijvend.

 Kan zowel in de zon als in de schaduw staan, groeit welig uit.

Vermeerderen:
door er pollen vanaf te steken. in het voorjaar / najaar.



Zilverwinde ‘Convolvulus cneorum‘

 

Laaggroeiend: compact heestertje tot circa 45 cm. hoog. 

Zilvergrijs blad: bloeit met grote witte bloemen met geel hart. 

Bloeiperiode: mei / oktober. Zonnige, beschutte standplaats.
Geen te natte grond. In de winter is hij bladhoudend.

 

Vermeerderen: door afleggen of zomerstek.


Eendagsbloem: Tradescantia ‘Leonora’

Eendagsbloem: Tradescantia ‘Valour’


Kleur: violet

Bloeiperiode: mei/oktober

De eendagsbloem is een heel leuke meerjarige vaste plant die in de winter zijn blad verliest. En heeft zijn naam te danken aan het feit dat de bloem maar een-dag bloeit, maar door zijn vele bloemen valt dit nauwelijks op.

Vermeerderen: door ze in oktober/november te delen/scheuren, en ze tegelijk weer ergens anders in uw tuin te planten zodat u er nog meer plezier van kunt hebben.


 

 

 

Vetplant: Sedum -Muurpeper

De Sedum is er in allerlei variaties, van bodembedekkers tot planten van een halve meter hoog. Men treft ze over de gehele wereld aan. De lage soorten vetkruid zijn uitstekend geschikt voor rotstuinen. Ze groeien zelfs op muren en daken. Het vetblad dient als waterreservoir waardoor ze een lange tijd zonder water kunnen.

Bloeiperiode: augustus/oktober

De Sedum Acre is een zode vormend plantje en wortelt zeer oppervlakkig. Elk bloemetje levert zaad, dus het is raadzaam om ze na de bloei te verwijderen.

De wat hogere soorten hebben groter blad en groeien graag in gewone tuinaarde, geef ze wel wat extra steun want ze willen wel eens uit elkaar vallen. Al voor de bloei is de plant prachtig om te zien en ook na de bloei blijft hij aantrekkelijk tot in de wintermaanden als er een laagje rijp of sneeuw op ligt. Het zijn echte bijen en vlinderlokkers.

Vermeerderen: Door scheuren


Hortensia’s in de tuin

 

 

 

Zo ziet hij er nu uit

 

 

Bloeiperiode: juni?, juli/oktober, afhankelijk van de omstandigheden.

Bolhortensia’s (Hydrangea macrophylla) zijn volop te koop als kamerplant. Je kunt ze echter ook heel goed in de tuin zetten. In augustus gekochte planten hebben nog voldoende tijd zich voor te bereiden op de winter. In een ruime tuin is een flinke groep erg mooi. Op een vochtige plek kunnen ze volle zon hebben. Zet ze bloeiend en wel in de grond en geef volop water. De bloeiwijzen kunnen tal van nuances blauw en rood hebben. De zuurgraad van de grond heeft invloed op de kleur. Blauwbloeiende hortensia’s hebben de neiging roze te worden in kalkrijke grond.

Hoogte: circa 150 cm

Vermeerderen:
Hortensia’s zijn te vermeerderen door zomerstek.
U knipt een jonge tak met 2 tot 3 bladparen af en zet hem in een pot met goede potgrond. Hierna
geeft u water en dekt de plant af met een stukje doorschijnend plastic, om verdamping tegen te
gaan. Na ongeveer 2 weken zitten de eerste wortels er al aan en kan het plastic er af.


 

Clematis Blue Boy

En zo ziet hij er onder nu uit met wat regen druppels er op,

Bloeiperiode: mei / oktober

Goed winterhart.

Vermeerderen: Komt ieder jaar met meer scheuten uit de grond, zodat u de nieuwe scheuten weer op een andere plaats kunt planten.


 

Persicaria of Duizendknoop

Persicaria of Duizendknoop, bloeit met dieproze en witte bloemaartjes en is een
mooie bodembedekker voor in de tuin. Ze houden van vruchtbare vochthoudende
grond, zon of halfschaduw.

Bloei tijd: vanaf mei tm september/oktober?

Hoogte: circa 25 cm
Vermeerderen: door ze te scheuren. kan in het voorjaar, en in het najaar.


Deze is met veel meer wit er in


 

Vinderstruik

 

Buddleja davidi-Vlinderstruik

Bloeiperiode: juni?, juli/oktober , afhankelijk van de omstandigheden. 

De vlinderstruik met zijn prachtige pluimen zijn een lustoord voor vlinders en bijen doen zich te goed aan de nectar wat onder in de bloemen zit. De vlinderstruik komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Zuid-Azië. Het nadeel hiervan is dat de planten niet goed bestand zijn tegen al te strenge winters en daarom moeten ze ook niet voor de winter gesnoeid worden.

Deze snel groeiende plant met wat rommelige bloeiwijze is uitstekend geschikt om de schutting uit het oog te ontrekken. Vanwege zijn snelle groei is hij daardoor uitermate geschikt voor nieuwe tuinen. Vlinderstruiken kunnen wel tot 6 meter hoog worden, door ze op tijd te snoeien kunnen ze in toom worden gehouden.

Standplaats: zon/halfschaduw

Snoeien: Snoei de vlinderstruik in maart terug tot circa 50 cm boven de grond., dit om kale onderkanten te voorkomen.

Vermeerderen: In oktober kunnen we een 30cm stek met hieltje nemen met wat zijschuiten, nadat deze geplant is zal de stek spoedig wortelen. Zij kunnen in het voorjaar worden uitgeplant.
De stekken afleggen werkt ook goed.


 

 

 

 

 

 

Sundaville Dark Red

 

Sundaville Dark Red, zowel binnen als buitenplant.

 

 

 

Bloeiperiode: vanaf juni/oktober

  

Hoogte:

circa 50 - 75 cm

 

 

 

Deze plant heeft een zeer rijke bloei, groeit snel en is goed vertakkend.
Is zeer compact,en verdraagt volle zon tm 28 gr, en half schaduw, bij een temperatuur boven 28 gr voorkeur halfschaduw. Is makkelijk te verzorgen,verbruikt niet zoveel water.

 


Als kamerplant, binnen overwinteren in 10 à 16°C bij het raam en april/mei mogen ze terug naar buiten. In huis iedere 2 weken plantenvoeding bloeit in huis bijna het hele jaar.

 

 

 

Als buiten plant, in de wintertijd beschermen tegen nachtvorst.


Herfstaster: Novi-Belgii “Damnacus”


Bloeiperiode: september/oktober/november? afhankelijke van het weer.

Hoogte: circa 100/150 cm 

Standplaats: zon/halfschaduw, vochtig/doorlatend  

Grondsoort: geen voorkeur  

Winterhard: ja  

Plantgroep: vaste planten 

Vermeerdering: delen in de herfst of in de lente: kan ook door zachte stekken in de lente.

Hier onder nog een mooie Aster

 

 


 

 

September-Charm Anemone

 

Late bloeiers zijn er genoeg, maar er zijn er maar weinig zo mooi als herfstanemonen. Je hebt twee soorten: Anemone hupehensis en Anemone hybrida. Beide met groot, diep ingesneden blad, vrij lange stengels en simpele, maar wonderschone bloemen.

 

 

Bloeiperiode: van augustus tot november

 

Een bekende herfstanemoon is Anemone hybrida ’Honorine Jobert’. De bloemen zijn stralend wit, met opvallende gele meeldraden in het hart. Anemone hupehensis ’September Charm’ heeft halfgevulde, donkerroze bloemen. Anemonen willen graag doorlatende humusrijke tuingrond, waarin ze diep kunnen wortelen.

Hier onder staat hij voor de Hedra om een mooier contrast te
laten zien hoe je een donkere achtergrond ook op kan fleuren.

Herfstanemoon is Anemone hybrida ’Honorine Jobert’.

Geef ze een plekje in de halfschaduw: ze houden van gefilterd licht.

Het is verstandig om de planten in hun eerste winter af te dekken, bijvoorbeeld met een laag blad.

 

Herfst Asters kan ook goed in combinatie met de Anemoon

 

Met de onderstaande Aster er ook nog bij is het helemaal feest.

 

Hoogte circa 100 - 150 cm

 

 


Phlox paniculata Eva Foerster

Foto hier onder, zo ziet hij er nu uit datum in de foto

En nu hier onder is hij nog steeds prachtig

Phlox ‘drummondi‘

Bloeiperiode: juni/oktober (2e bloei)

Nederlandse naam: vlambloem

Standplaats licht: zon/halfschaduw

Plantsoort: meerjarige vaste plant

Grondsoort: Geen voorkeur

Bloemkleur: Roze/karmijn

Wintergroen: Nee

Winterhard: Ja

Hoogte: circa 100 cm

Snoeiperiode: Als de planten in de herfst zijn uitgebloeid,
moeten ze tot de grond toe worden terug gesnoeid.

Vermeerderen: delen/scheuren, of wortelstek in het voorjaar

 


 
 
 

Fuchsia Magellanica

 


Fuchsia-Bellenplant:

Bloeiperiode: van juni tot november

De uit Chili afkomstige Fuchsia Magellanica is de enige soort die redelijk winterhard is en kan goed in de border worden gebruikt, hij kan wel 1.5 meter hoog worden.

Met winterharde fuchsia’s zijn er geen probleem zouden wij denken. Deze laten wij fijn buiten overwinteren. Dit is echter net iets te positief gedacht. Onder winterharde fuchsia’s verstaan we fuchsia’s die met een zekere verzorging en bescherming gedurende de winter in de volle grond kunnen blijven staan. Het bekendst zijn de Fuchsia’s magellanica en Fuchsia regia, beiden in het wild voorkomende fuchsia’s.

Het meeste succes op een goede overwintering hebt u wanneer u een minstens één jaar oude plant na eind mei buiten uitplant en daarbij een kuiltje rond de plant laat. Dit is gemakkelijk bij het eventuele water geven en bovendien slibt het in de loop van het seizoen dicht, waardoor ook de onderste vertakkingen in de grond komen. Hierdoor vormen zich extra wortels.

Een stevige wortelkluit geeft een betere kans tot overleving in de winter. In het najaar snoeien we ze niet terug, dat doen we dus in het het voorjaar. Wel dekken we de plant tegen vorst met sparrengroen af. Het voordeel van winterharde fuchsia’s is dat er geen winterberging nodig is. Er ontstaan zeer bossige struiken met vele uitlopers vanuit de grote wortelkluit.

Er zijn op de hortensia na - weinig struiken die in de schaduw gedijen en die bloeien van juni tot november. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen een grootbloemige fuchsia, zoals Dollar Princess, zomaar naast subtiele borderplanten als Zeeuws knoopje en hemelsleutel plant. Maar er zijn ook fuchsia’s met meer verfijnde bloemvormen, zoals bijvoorbeeld de wilde Fuchsia magellanica. Voor een iets grotere bloem is er de cultivar Riccartonii. En wie niet bang is voor karmijnrood met gloeiend paars, zou eens naar Enfant Prodigue kunnen uitkijken - een goed winterharde fuchsia van zo’n anderhalve meter hoog.

Vermeerderen: in augustus als je volgend jaar een tuin vol Fuchsia’s en Geraniums wil hebben, is het dan de tijd om te beginnen met stekken. Neem 5 tot 8 cm lange stekken van de moederplanten die sterk zijn en rijk bloeien. De stekken plant je in bloempotten gevuld met 50 procent hoeveelheid potgrond en 50 procent scherp zand goed door elkaar gemengd. Zorg dat de stekken vochtig blijven, maar niet te nat, lucht de plantjes regelmatig. Na enkele weken zullen de stekjes geworteld zijn en kunnen deze geplant worden in grotere potten met normale potgrond. Zorg er wel voor dat de planten koel en vorstvrij blijven (10 graden) en overwinteren in een lichte omgeving.

 


 

 

 
 
 

 

 Meisjesogen

 

 

 De Meisjesogen verlangen naar een zonnige en goed doorlatende vruchtbare tuingrond.
Het is geen overbodige luxe om ze op te binden als ze op een wat onbeschutte plek staan. Na de bloei de uitgebloeide bloemen verwijderen,soms komt er nog een nabloei. In het najaar snijden we de bloemstelen tot ongeveer 10 cm boven de grond af.

  Bloeiperiode: van juni / oktober.

  Vermeerderen: door delen / scheuren. 

 


 

 

Alant: Inula orientalis


Bloeiperiode:
juni, juli, augustus, september, oktober, 2e bloei

Hoogte: circa 70 cm 

Wintergroen: bladverliezend, vaste plant  

Winterhardheid: goed winterhard  

Standplaats: zon/halfschaduw

Plantsoort: meerjarige vaste plant 

Gele composietachtige bloemen, zeer goede snijbloemen.

Kenmerk: vaste planten voor een kalkrijke droge grond, ook doen ze het ook goed in normale tuingrond. 

Vermeerderen: delen/scheuren, in voor of najaar

 


 

 

Zonnebloem Helenium ‘autumnale’

Bloeiperiode: augustus/oktober

 

Bloeikleur: geel

  

 Hoogte: circa 200 cm

  

 Grondsoort: goeddoorlatende grond

  

 Standplaats: zon/halfschaduw

  

 Vermeerderen: door in het vroege voorjaar zij scheuten af te steken en ergens anders te planten in uw tuin, of zaaien in het voorjaar van af half mei.

 


 

 

Monnikskap: Aconitum ferox

 

 

Monnikskap:

Aconitum ferox

 

 

 

Bloeiperiode: augustus/oktober

  

 Hoogte: circa 160-180 cm

  

 Kleur: blauw

  

 Vermeerderen: delen/scheuren, grote pollen om de 2 a drie jaar - in het najaar of  het voorjaar in mei,  in stukken, zodat de plant sterk en jong blijft.

  

Het planten kan het beste gebeuren in het najaar of vroeg in het voorjaar.

 

Zaaien kan in het voorjaar in potten en in de koude bak.

 

Ook kunnen ze zeer snel en eenvoudig worden vermeerderd door middel van wortelstek


Stokroos ‘Alcea rosea’

 

 

De stokroos (Alcea rosea) is een 2-jarige plant.
Hij groeit bij voorkeur op doorlatende, humeuze, kleihoudende grond, op een warme, zonnige plek. De planten kunnen wel 2 m hoog worden.

 

Bloeiperiode: juli, tot oktober

 

Standplaats: Hij groeit bij voorkeur op doorlatende, humeuze, kleihoudende grond, en op een warme, zonnige plek.

 

Winterhard: ja/redelijk

 

Bijzonderheden: Na de bloei sterft de plant af. De afgestorven stengel kan in het najaar na de bloei afgeknipt worden. Aan de voet van de plant vormen zich meestal nieuwe uitlopers. Wanneer deze ‘stekken’ in de winter afgedekt worden met een laag blad of stro ter bescherming tegen de vorst, kunnen het volgende jaar op dezelfde plek weer nieuwe bloeiende planten staan. Bij vochtig weer kan de plant last krijgen van schimmelinfecties zoals roest.

 

Stokrozen kunnen zich sterk uitzaaien. Als dat niet gewenst is kunnen na de bloei de bloemen verwijderd worden, zodat geen zaad gevormd wordt.

 

Vermeerderen: Planten gezaaid in mei of begin juni maken het eerste jaar alleen een bladrozet, en bloeien pas het jaar daarop. Wordt in augustus of september gezaaid, dan bloeit de plant (afhankelijk van het weer) in het tweede of derde jaar na het zaaien.

Worden ze heel vroeg binnenshuis gezaaid, bijvoorbeeld in maart, en u plant ze als ze groot genoeg zijn circa 5 cm in potten en u ze half mei uitplant in de tuin, dan kunnen de planten als het weer mee zit nog hetzelfde jaar gaan bloeien.


 Spierstruik: Spirea japonica ‘Genpei’

 

Bloeiperiode: juni/oktober 

Standplaats: zon/halfschaduw 

Snoeien: direct na de bloei 

Snoeiwijze: mag sterk gesnoeid worden indien gewenst 

Grondsoort: niet zo belangrijk 

Hoogte: circa 60/80 cm 

Blad verliezend

Winterhard: ja 

Vermeerderen: door de scheutstekken of houtige winterstekken


De bloeiende Dahlia’s die nu nog mijn tuin staan.

Dezelfde hieronder 150 cm hoog zie datum,

De Cactus Dahlia 150 cm hoog dezelfde hier onder

Hier onder staat dezelfde 150 cm hoog met regen druppels er op,

Dahlia narcis 50 cm  hoog dezelfde hieronder,

Dahlia Pioenroos 150 cm hoog dezelfde hier onder,

Hier onder de zelfde Dahlia Pioenroos 100 cm hoog

Hier onder staan de laag blijvende Dahlia’s,
hoogte circa 50 cm

En deze hier onder wordt circa 25 cm hoog

Deze lage Dahlia’s bloeien meestal al vanaf half juni
 
 

 

Bloeiperiode: juli/oktober

Dahlia’s golden lange tijd als een beetje tuttige, ouderwetse bloemen. Maar nu zijn ze weer helemaal ‘in’. En terecht. Van dahlia’s heb je tot ver in de herfst plezier, zowel in huis als in de tuin.

Zet meerdere soorten in uw tuin indien hij groot genoeg is daar al die verschillende kleuren een lust voor het oog zijn.
 
Exemplaren met enkele of halfgevulde bloemen ogen het meest natuurlijk in de border.
In de vaas komt het uitbundige type beter tot z’n recht, bijvoorbeeld de zogenaamde cactus- of pompondahlia’s.Dit soort dahlia’s, met grote, zware bloemen, moet goed worden gesteund, soms wel met een stok per stengel.

Gaten vullen in de border
Vul rond deze tijd wat potten met kleurrijke bloeiers. Die kun je dan gebruiken om gaten in de border op te vullen. Dahlia’s en lelies zijn hiervoor heel geschikt. Ook hoge eenjarige, als siertabak en Salvia patens geven een mooi effect.

Vermeerderen: Kinp de bloemen uit de dahlia’s en laat ze in de tuin staan tot het blad uitgestorven is, haal ze nu uit de grond en knip de stengels ervan tot op 10 cm boven de knollen af, maak de knollen wel goedschoon van de resterende aarde. En bewaar ze de hele winter op een koele en niet te droge plaats, om de knollen er van dan half mei weer in de volle grond te planten. ( lijkt het er op dat ze te veel zijn uitgedroogd? leg ze dan een paar uren in een teil met lauw water, of in een emmer, zodat ze er weer fris uitzien om dan geplant te worden)

Vermeerderen: Door te zaaien.
Laat enkele uitgebloeide bloemen staan en rijpen, bewaren tot het voorjaar, zaaien in een bakje met potgrond dan spenen in potjes met potgrond en daarna in de volle grond poten. Ongeveer half mei.


 

Passiebloem Passieflora Wit
Deze witte bloeit wat later zoals u aan de datum kunt zien.

Passiebloem

De Passiebloem is er dit jaar erg vroeg bij in mijn tuin, normaal begint hij begin juni te bloeien. 

De passiebloem is een snel groeiende klimmer met grote exotische bloemen. Uit deze bloemen steken helmdraden met blauwe en paarse banden. De passiebloem is niet erg winterhard maar u kunt ze in de volle grond zetten, maar zet ze dan op een beschutte plek in de zon die goed water doorlatend is. Help hem in het begin even een handje met klimmen door hem vast te binden, en geef ze regelmatig water indien het droog weer is. Breng in het najaar een flinke laag blad aan rond de voet van de plant. Na een warme zomer komen er zelfs vruchten aan, de smaak van deze passievrucht is niet echt smaakvol.


Passiebloem vrucht. Foto gemaakt: 25-10-2007

 

Bloeiperiode: van mei tot oktober

Gevoelig voor bladluizen en spint.

Snoeien:

In het voorjaar. Dode takken terug knippen, de hoofdtak wordt tot ongeveer 1 meter terug gesnoeid.

Vermeerderen: door afleggen of zomerstek.

Stekken.

Normaal kunt u van de hele plant stekken snijden, zowel tussenstek als kopstek. Eenuitzondering vormen de delen die teveel ver-hout zijn en een kopstek die te slap of te jong is. Een goede stek is stevig en heeft twee ogen of knopen. Snij de stek net onder het onderste oog schuin af, zodat u boven- en onderkant kunt onderscheiden. Het is beter om de gesneden stekken eerst een nacht in koel water, evt. met een lichte oplossing voeding te zetten, voor dat u ze op gaat potten. Dit geeft de stek de kans om zoveel mogelijk water en voeding op te nemen via het blad. Verwijder voor het oppotten schutblaadjes, ranken, bloemknoppen en onderste blad(eren), maar laat de bovenste bladeren zitten. Zet de stek met een oog of knoop in de grond en met een oog boven de grond (met daarboven stengel van ± 5 cm). Als de stengel boven aan te ver (voorbij het oog) indroogt kan het ondergrondse oog ook nog voor uitlopers zorgen. Stekpoeder is goed maar niet noodzakelijk.

Stekken in water:

Dit is wel de meest succes volle methode?, neem een potje en vul dat met schoon leiding water voor een kwartvol en doe er een mes puntje stekpoeder in zorg ervoor dat de stekpoeder goed vermengd is met het water, en neem dan een stevige scheut van de Passiebloem van circa 15 cm steek de stek in het potje en wacht tot er wortels aan komen van circa een halve cm, en plant hem dan in goede tuinaarde. De wortelvorming kan ongeveer 2 weken duren afhankelijk van het weer, hou wel het water peil in de gaten zodat stek niet droog komt te staan, daar het water bij erg warm weer snel verdampt.


Hier onder ziet u de lampion nog in zijn herfst glorie


Laat afgevallen bladeren liggen?.


Veel bomen en struiken laten in de winter hun blad vallen om te voorkomen dat ze bij vorst uitdrogen. Het afgevallen blad is tegelijk een ‘deken’ voor de aarde: het isoleert en beschermt. Planten (wortels) en dieren overwinteren in en onder de bladlaag. Het blad verteert tot humus, waardoor de grond het vocht beter vasthoudt. Laat het afgevallen blad dan ook zoveel mogelijk liggen.

TIP:
Haal het blad wel weg op plaatsen waar het lastig of schadelijk is, zoals het gazon, de vijver en op paden.

TIP:
Vroeg bloeiende bollen en knolgewassen planten
Vroeg bloeiende vaste planten (ver) planten
Pioenrozen en hosta’s delen
Winterstekken nemen van heesters

Zogenaamd ‘bijgoed’ planten.

Tulpen, narcissen en hyacinten ken je, net als blauwe druifjes en krokussen. Maar er zijn veel meer bol-en knolgewasjes die erg leuk staan in de tuin. Die hele groep van tamelijk onbekende soortjes wordt ‘bijgoed’ genoemd, de kwekers telen ze er zo’n beetje bij. Maar er zitten prachtige tussen: sneeuwklokjes, kleine irissen, winterakonieten, lenteklokjes, sneeuwroem en echte botanische krokusjes. Je kunt ze nu allemaal kopen en planten. Vooral de klokjes en akonieten zijn ideaal voor verwildering. Eenmaal geplant heb je er geen omkijken meer naar. Ze vermeerderen zich ieder jaar vanzelf. Plant groepjes van zo’n 20 à 30 stuks, 3 cm uit elkaar en ca. 5 cm diep. De mini-irisjes plant je ook zo, sneeuwroem met zijn prachtige blauwe bloempjes moet je op 5 cm uit elkaar planten.

Niet-winterharde bollen en knollen oprooien.

Als het blad van de dahlia’s zwart wordt, is het tijd de knollen te rooien. Snijd de stengels kort af, laat de knollen drogen en sla ze vorstvrij op in dozen of kistjes met tuinturf. Hetzelfde geldt voor Canna’s, knolbegonia’s, fresia’s, Acidanthera, Tigridia, Gloriosa etc.

Hier onder de Gladiolen-bollen.

Vermeerderen: indien de Gladiolen-bollen goed gedroogd zijn, dan is het tijd om ze te pellen,
Dit doet men door de oude wortel die aan de bol zit er vanaf te halen, en de zaadbolletjes (kralen) die daar weer aanzitten kunt u in april ook weer uit planten.

Het eerste jaar zullen er waarschijnlijk nog geen bloemen in komen, maar door ze in het najaar weer te rooien kunt u ze het jaar daarop weer uitplanten om dan wel prachtige bloemen er uit te kunnen plukken om ze in huis in de vaas te zetten.

Pioenen planten of verplanten (zo ondiep mogelijk).
Rozen zonodig iets inkorten.

Zijn tegels door algengroei glad geworden, dan kunt u ze schrobben met scherpzand (milieuvriendelijk).


Dahliaknollen overwinteren

 

Felle kleuren zijn niet alleen in het interieur in de mode. Ook in de tuin zie je steeds meer gewaagde kleuren. Daarom zijn ook dahlia’s weer in trek. Met hun vrolijk gekleurde bloemen kun je de gewaagdste combinaties maken. Let er wel op dat je de dahliaknollen voor de eerste nachtvorst uit de grond haalt. Bewaar ze in kistjes met droge turfmolm of zand. In mei mogen ze weer de grond in.

Dahlia’s vermeerderen door knoldeling:
Op deze manier van vermeerdering moet u er altijd voor zorgen dat er per af te snijden of te scheuren knoldeel per deel een stuk van de oude kraag van de knol meekomt. Uit dat deel ontwikkelen zich later de stekken. Knollen alleen geven dus geen stekken let daar dus goed op. Het aantal planten, dat u door deze vermeerdering krijgt, hangt dus nauw samen met de structuur van de wortelstok van een plant.
Hoe meer knollen een plant heeft, hoe meer delen u er vanaf kunt nemen die straks weer zelfstandig zullen groeien. Plant de knollen nu op 40 a 50 cm afstand van elkander om een goede groei en bloei te krijgen. Deze wijze van vermeerdering is vooral bedoeld en interessant voor het krijgen van meer planten.

Hoe dahlia’s nog  meer te vermeerderen zijn:

De knol in het voorjaar in vochtige potten, oppotten en ze laten uitlopen zodat je er stekken van kan snijden. Een dikke knol kan zes scheuten op leveren die eraf kunnen wanneer ze langer dan 10 cm zijn. Snij de scheuten met een scherp mes af, doop iedere scheut met de onderkant van ongeveer 2 cm in de stekpoeder, en na een paar weken heb je nieuwe planten. De knol zal dan weer nieuwe scheuten maken, zodat je dus het hele proces een paar keer kunt herhalen.




Pioen planten   

 

 

Pioenen zijn prachtige planten. Zó mooi dat ze ook pioenroos worden genoemd. De toevoeging ‘roos’ is een aanduiding van schoonheid, die je vaker bij mooie bloemen tegenkomt. Denk maar aan kerstroos, klaproos en tuberoos. Pioen bloeit tussen eind april en begin juni.

De beste planttijd is oktober.
Bij het planten moeten de neuzen (groeipunten) net onder de grond komen. Maak een ruim plantgat en meng compost door de tuingrond. Pioenen houden ook van champignonmest en een beetje (poeder)kalk. De grond moet goed afwateren. Pioenen bloeien rijker naarmate ze langer vast staan. Zet ze dus op een plek waar ze jarenlang ongestoord kunnen groeien.

Vermeerderen:
Rooi in het najaar of vroege voorjaar de oude pol. Oude stukken van de pol verwijderen en jonge gezonde stukken opnieuw planten. Let er wel op dat er aan de dikke vlezige worteldelen wat knoppen (ogen) zitten. Plant ze zo dat de nieuwe knoppen niet dieper dan circa 4 of 5 cm in de grond komen te staan. De groei naar een plant met veel bloemen duurt ongeveer 2 jaar.


Vroege bloei voor-bereiden

 

Veel kleine bolgewasjes bloeien al vroeg. Daarom moeten ze bijtijds de grond in. Wacht dus niet te lang met planten! Maak bij voorkeur grote groepen, dan komen winterakoniet (zie foto), krokus en sneeuwklokje (Galanthus) het best tot hun recht.

Deze bolgewasjes zijn ideaal voor onder bomen of struiken. Voor een plek met veel schaduw is daslook (Allium ursinum) geschikt, tenzij je niet houdt van hun uiengeur in april en mei. Een geurloos alternatief is vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) of, voor lichte schaduw, knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans).



Haal kuipplanten naar binnen

 

 

Halverwege de maand neemt de kans op nachtvorst toe. De meeste kuipplanten moeten daarom verhuizen naar een vorstvrije plaats. Ze gaan in rust en hebben minder warmte, water en voedsel nodig. De meeste planten kunnen flink terug gesnoeid worden. Zo nemen ze minder ruimte in en is er minder kans op ziektes (dit wel regelmatig blijven controleren). Wees zuinig met watergeven. Hoe donkerder de overwinteringsruimte, hoe minder water.




Knollen rooien

 

 


In de zomer bloeiende knol- en bolgewassen zoals dahlia, gladiool, begonia, Kaapse hyacint (Galtonia) en bloemriet (Canna) zijn niet bestand tegen vorst. Je moet ze dus opgraven en vorstvrij bewaren. Het is handig te wachten tot de eerste nachtvorst: de bovengrondse delen van de plant zijn dan al aan het afsterven.

Graaf de knollen voorzichtig op of haal ze uit de pot waarin ze staan.
Knip de stengels enkele centimeters boven de knol af.
Droog de knollen eerst op een luchtige plaats.
Zodra ze droog aanvoelen kunnen ze in kistjes met turfmolm of kranten worden gelegd.
Hang er etiketjes aan, dan weet je welke bloemkleur bij de knol hoort.
Zet de kistjes op een koele plek en controleer de knollen regelmatig. Zijn ze te nat, vervang dan eventueel de turfmolm. Zijn ze te droog, bespuit ze dan met de plantenspuit.



De laatste keer

 

 

In deze herfstmaand kan het gazon voor de laatste keer worden gemaaid. De temperatuur gaat naar beneden en het gras groeit nu minder snel.

In een heel zachte herfst kan het nodig zijn om nog een keertje te maaien, maar laat het gras liever wat te lang de winter ingaan dan super kort. Vang het afgemaaide gras op of hark het weg.





 

 

Wintergroene struik planten 

Aucuba japonica ’Variegata’ (Broodboom)

 

Een makkelijke groenblijvende struik die mooie decoratieve rode bessen geeft. Het is overigens wel een giftige plant. Daar hij licht toxisch is bij inname, en kan dan ook duizeligheid, braken, en koorts veroorzaken.

 

Vermeerdering: gebeurt door stekken.
Zo weet je ook wat je kan verwachten van de plant (zelfde eigenschappen als de moederplant).
Laat per stek maximaal 3 bladeren staan.(Verwijder de rest). Gebruik stekpoeder om met een goede start te beginnen. Een goede mengeling is 1/2de scherp zand en 1/2de kompost als stekgrond. Je kan de stekken ook lang aanzetten (lange vlaksnede) en vervolgens in een emmer met water zetten. Je zal zien dat er eerst “callus” gaan vormen, waaruit de wortels gaan groeien. Vanaf het moment dat er voldoende zijwortels aangemaakt zijn kan je beginnen om ze te gaan planten in goede tuinaarde.

Begin oktober is een goede tijd om wintergroene struiken te planten.

Let er bij het kopen van de struik altijd op dat er een flinke, goed doorwortelde kluit aanwezig is.

Graaf een ruim plantgat.
Zet de plant in het gat, met de bovenkant van de kluit net zo hoog als het niveau van de omringende aarde.
Verbeter de uitgegraven grond met bemeste tuinaarde of potgrond en vul het gat hiermee aan.
Trap de aarde rond de plant goed aan en zorg voor een geultje rond de kluit waarin je water kunt geven.
Laat de grond niet uitdrogen en geef de struik extra bescherming van bijvoorbeeld een rietmat bij strenge vorst en harde wind.


Niet afknippen

Lees meer...

Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl