tuinkalender.punt.nl

Een ronleiding door mijn herfst-tuin

 



Bloeiende planten nu in de tuin, ook al zijn die er niet zoveel?.
 
 

Camellia japonica

Camelia’s bloeien van oktober tot mei, afhankelijk van soort en vorm.
Verzorging. Camelia’s vragen dezelfde zorg als rododendrons wat de grond aangaat. Dus zuur en licht. Maar in tegenstelling tot laatstgenoemde hebben ze diepere wortels en kunnen ze dus beter tegen de droogte. Na een paar jaar kan hun penwortel makkelijk een meter diep worden.
Geef ze niet te veel voedsel en wees zeker voorzichtig met stikstof. Gebruik voeding met een hoog gehalte aan fosfor en kalium. Snoeien enkel wanneer nodig en dan in het vroege voorjaar. Zo kan de plant in de zomer nog voldoende uitgroeien.


Foto op 3 maart 2008

Camellia’s zijn slechts winterhard tot ongeveer – 10° C, een beschutte en zonnige plaats in de tuin is hierdoor sterk aan te bevelen.

Vermeerdering:
Het stekken van camelia’s is goed te doen. Neem de stek wanneer de stengel
voldoende rijp is maar nog niet houtig. Moederplanten krijgen weinig water en voedsel. Dat bevordert de beworteling van de stek. Beworteling heeft zijn tijd nodig, ongeveer drie tot zes maanden.

 
 

 


Zilverkaars, Cimicifuga simplex

Vaste plant met decoratief varenachtig loof.
Roomwitte bloeiwijze in smalle aren. Hoogte circa 1,5 m. Bloeitijd oktober - december. Voedzame humusrijke en liefst vochtige grond. Zon - schaduw. Zeer mooie herfstbloeier.

 



Paddenlelie, Tricyrtis hirta Armelui’s orchidee

Paddenlelie. Bossige, opgaande plant. Loof tot 30 cm, bloemstengels tot circa 50 cm hoogte. Bloemen lichtroze, rood gevlekt. Bloeitijd: September - november. Losse humusrijke, iets zure en niet te droge grond in zon - halfschaduw.

 
 



Herfsttijloos (Leliefamilie Leliaceae)

Herfsttijlozen hebben een lange bloemdekbuis met het vruchtbeginsel helemaal onderin. De bloemen lijken op die van de Krokus, maar hebben 6 in plaats van 3 meeldraden en 3 stijlen in plaats van 1. De fraaie oranje stempels moeten nooit als saffraan worden gebruikt, vanwege de giftigheid. Na de herfstbloei groeit in de lente de bloemsteel, die de vrucht boven de grond uit duwt. De grote bladeren verschijnen pas in de lente.

Bloei periode: september november 

Plant plaats: kan in de zon en half schaduw, moet in het voorjaar voldoende vocht kunnen opnemen. Diepgaande, voedselrijke grond.
 
Planten: Moet half augustus al worden uitgeplant.
Plantdiepte 10-20 cm. Kan in juli worden verplant.
 
Vermeerdering: Uitplanten van zijbolletjes (kralen).
 
Gebruik: Tussen lage heesters en siergrassen en in rotstuinen.

 
 



Kerstroos (Nieskruid - meerdere soorten)

Bloeiperiode: november-februari (afhankelijk van de soort)

De Kerstroos is een polvormende, vaste plant met wortelstok. Hoogte 35 cm, breedte 50 cm, volledig winterhard. Bloeit van november/december tot april met komvormige wit-groene bloemen vaak met een roze gloed. De donkergroene bladeren zijn groenblijvend en samengesteld.
Houdt van een goed doorlatende grond in de halfschaduw.

Vermeerderen: voor de “H.oriëntalis-hybriden”, is de beste tijd in september als de wortelgroei net is begonnen. Verdeel de plant zodanig dat elk nieuw deel minstens een mooi lang stuk wortel en een volwassen blad overhoudt. Zorg ervoor dat de wortels van de moederplant niet uitdrogen en doe dit vermeerderen op een bewolkte, koele dag.

Vermeerderen: kan ook als de planten zijn uitgebloeid in het voorjaar, en het niet vriest.

 
 



  Plant nu de bollen

 

 

 

 

November is een uitstekende maand om voorjaarsbollen te planten. Plant de bollen ongeveer anderhalf à tweemaal zo diep als de hoogte van de bol. De onderkant van een bol van 10 cm hoogte, komt dus op ongeveer 15 tot 20 cm diepte. Ook de onderlinge plantafstand is afhankelijk van de grootte van de bol. Houd in ieder geval een afstand aan van minimaal 5 cm.

TIP:
Ook de zomerbloeiende sieruien (alliums) kunnen nu de grond in.


 
 



Voorkom plassen na een regenbui

Wanneer er na een flinke regenbui plassen ontstaan, in de border of het gazon is er op die plaats iets mis met de structuur van de bodem. Planten hebben onder die omstandigheden, vooral in de winter, moeite met overleven. Pak dit probleem aan met een grondboor en wat grind:
Steek met een handschopje een ronde pol gras uit het gazon. Gooi deze   toplaag niet weg. Haal daarna met een grondboor (te huur bij doe-  het-zelfzaak of gereedschapsverhuurbedrijf)  ongeveer 30 cm grond naar boven.

Het kleine buisvormige gat nu volgooien met het  grind, tot op enkele centimeters onder de rand. Stop als laatste de bewaarde graspol weer terug in
  het gat. Druk hem met de voet stevig aan. Hetzelfde kun je ook in de border doen.

 
 



 Mulchen op droge grond

Op zandgrond wordt water vaak te snel afgevoerd.

Hierdoor krijgen de planten geen gelegenheid het vocht op te nemen. Een flinke mulchlaag tussen de planten verbetert de structuur van de grond, waardoor het vocht beter wordt vastgehouden.

Bovendien gaat een mulchlaag, mits dik genoeg, de groei van onkruid tegen. Mulch kan uit verschillend, organisch materiaal bestaan. Met een versnipperaar kun je grof tuinmateriaal verhakselen. Dit fijnere materiaal is prima te verwerken tussen de planten. Boomschors is kant-en-klaar te koop, maar heeft als nadeel dat het vrij grof is. Naast houtsnippers en boomschors kan ook gemaaid gras dienen als mulchlaag.

 
 



Bomen planten

 

 

 

 

 

 

Bij het planten van bomen denk je direct aan het voorjaar. Ten onrechte, want de herfst is de beste periode om een boom te planten. De temperatuur van de bodem is dan nog hoog, waardoor de wortels worden geactiveerd. Al na een paar weken zijn er kiemwortels ontstaan. Dankzij deze wortels kan de boom al water opnemen en is de kans op uitdroging klein. Een in het voorjaar geplante boom heeft het veel moeilijker, die moet tegelijkertijd wortels en blad maken. De kans op uitdroging is ook veel groter.
Ga bij het planten wel zorgvuldig te werk:

Graaf voor het planten een gat, en plaats eerst een  boompaal of -palen. Staat de boom beschut dan is één  exemplaar voldoende (aan de kant waar de wind het  vaakst vandaan komt). Op een winderige plek hebben  twee palen de voorkeur. Bevestig de stam aan de boom met speciaal boomband. Dat is elastisch en knelt niet. Vul het plantgat eventueel aan met gewone, goed  doorlatende tuinaarde. Naderhand kun je rond de stam wat (organische) mest of compost aanbrengen.

TIP:
Na twee groeiseizoenen, als de boom goed is aangeslagen, kunnen de boompalen worden weggehaald.



 
 
 

 

 Bomen en paddestoelen

Veel mensen schrikken als ze zien dat hun boom gezelschap heeft gekregen van een paddestoel op de stam. Heel begrijpelijk, want er zijn enkele gevaarlijke parasieten onder de zwammen, die uiteindelijk de dood van de boom kunnen betekenen. Paddestoelen kunnen in de meeste gevallen geen kwaad als ze gewoon op de grond staan of op de stobben van omgezaagde bomen groeien.
Maar zodra de zwam echt uit de boom groeit, is er schimmelweefsel actief in de boom. Hierdoor wordt de boom extra gevoelig voor (tak)breuk. Raadpleeg in dat geval een erkende hovenier of boomverzorger, want vooral met de najaarsstormen loop je met deze bomen in de tuin risico op schade.



 
 

 

 

 

 

 

 

 

In de herfst zijn veel mooie planten te koop.

In ruime potten en schalen kun je diverse soorten combineren die mooie bloemen, bladeren of bessen hebben. Een aantrekkelijk groenblijvend heestertje is Viburnum tinus ‘Gwenllian’.  De rode bloemknoppen en roze bloemen blijven heel lang aan de plant. Ook met Skimmia ‘Rubella’, het lampenpoetsersgras (Pennisetum), Gaultheria met z’n rode besjes, hoge sedum en viooltjes kun je prachtige combinaties maken.

 
 



Bladaarde maken

Bladeren verteren langzamer dan kruidachtige planten en keukenafval.

Daarom is het niet verstandig om ze in grote hoeveelheden op de ‘gewone’ composthoop te gooien. Wie er ruimte voor heeft kan een aparte bladhoop opzetten. Na ongeveer twee jaar zijn de bladeren verteerd en heb je prima bladaarde. Net als bij een gewone composthoop mag het mengsel niet te droog zijn. Verzamel de bladeren dus bijvoorkeur als ze goed natgeregend zijn. Voeg af en toe een schep grond toe en wat stikstofrijke mest, bijvoorbeeld bloedmeel, en dek de hoop af met wat aarde.

Afgevallen bladeren

Het meeste blad is zo langzamerhand wel van de bomen gewaaid.

Houd de paden in de tuin vrij van bladeren; bij vochtig weer kan het anders spekglad worden. Laat ook geen blad op het gazon liggen. Ook groenblijvende vaste planten houden niet van zo’n verstikkende, vaak natte, laag bladeren.

Gooi de opgeruimde bladeren niet bij het tuinafval, maar strooi ze uit tussen de planten. Het blad beschermt de planten tegen de vorst; de grond tegen uitdroging, en vormt een schuilplaats voor allerlei nuttige diertjes. En alsof dat allemaal niet genoeg is, voegt het na vertering voedsel toe aan de grond en verbetert het de structuur.




 
 

Boom planten

De herfst is de beste periode om een boom te planten. 

Plant de boom op dezelfde diepte als hij op de kwekerij heeft gestaan.

Dit kun je zien aan de verkleuring van de stam, vlak boven de wortels. Graaf voor het planten een gat en plaats eerst een boompaal (aan de kant waar de wind het vaakst vandaan komt). Op een winderige plek hebben twee palen de voorkeur. Bevestig de stam aan de boom met speciaal boomband. Dat is elastisch en knelt niet. Vul het plantgat eventueel aan met gewone, goed doorlatende tuinaarde. Naderhand kun je rond de stam wat (organische) mest of compost aanbrengen.

 

 
 



 

Najaarsplanten in pot

 

In de herfst zijn veel mooie planten te koop. In ruime potten en schalen kun je diverse soorten combineren die mooie bloemen, bladeren of bessen hebben. Mooi en groenblijvend is Viburnum tinus ’Gwenllian’. De rode bloemknoppen en roze bloemen blijven heel lang aan de plant. Ook met Skimmia ’Rubella’, het lampenpoetsersgras (Pennisetum), Gaultheria met z’n rode besjes, hoge sedum en viooltjes kun je prachtige combinaties maken.Leuk werkje: bessenstruiken stekken.

Ook zo gek op die fris smakende rode en witte (eigenlijk nog lekkerder) aalbessen? Zorg dan dat je lekker veel struiken krijgt door te stekken. Dat gaat heel eenvoudig. Knip één jaar oude twijgen in stukken van ongeveer 30 cm. Knip de bovenkant recht af, de onderkant schuin. Dan kan je straks ook nog zien wat boven en onder is. Daarna alle zijknoppen – op de bovenste drie na – verwijderen. Vervolgens steek je de stekken ergens 15 cm diep op een rustig plekje in de grond (tot de helft dus). Dat moet met de bovenkant boven gebeuren, anders wil je stek niet wortelen. Vandaar dat snoeiverschil. Bij zwarte bessen gaat het net zo, maar die steek je dieper in de grond, wel 25 cm zodat er maar 5 cm boven de grond uitsteekt. Laat de stekken rustig wortels vormen en groeien. Volgend najaar heb je dan verplantbare struikjes.
 
 

 


  

 

 

 

Waterlelie afknippen

Afstervende waterlelies zijn niet bepaald mooi om te zien. Bovendien vormen ze een olie-achtig laagje op het water.

 

Wie dat wil, kan de bladeren halverwege de steel afknippen. Niet lostrekken, want dan beschadig je de wortelstok, waardoor hij kan gaan rotten.

 

Wachten met snoeien

 

Snoeilustige tuiniers doen er goed aan het snoeien van vruchtbomen nog even uit te stellen.

Vooral voor appels en peren is de periode tussen half november en half december in verband met infectiegevaar door sporen van vruchtboomkanker minder geschikt. Na half december is die kans veel kleiner en kun je zonder problemen de snoeischaar ter hand nemen.



  
 
 

 

 

 

 

Woekerende bamboe kun je door snoeien onder controle houden.
Snoei de bamboe in twee fasen:
In het late voorjaar, wanneer de nieuwe scheuten ruim 50 cm boven de grond staan, laat je van de nieuwe scheuten er slechts 10 of 15 doorgroeien. De rest wordt tot de grond toe weggehaald. In de late herfst, snoei je de 10 tot 15 oudste en lelijkste halmen en de dunne nagroei weg. Zo blijft de bamboe zich steeds verjongen en houd je hem binnen de perken.

 

 
 



 

Bindmateriaal checken 

 

 


Klimplanten die zich niet zelf vasthechten,
aan steunmateriaal moeten worden aangebonden met elastisch matriaal. Houd wel in de gaten dat  het het niet te strak zit.
De takken van klimplanten groeien vaak erg snel, waardoor als u binddraad gebruikt het in de tak kan groeien. De plant gaat daar niet dood van, maar echt gunstig is het natuurlijk niet. Controleer als u dat doet daarom regelmatig of de takken nog voldoende ruimte hebben.
Maak de lus van het draad zonodig wat ruimer of vervang het door een langer stuk.
 

 


Woekerende bamboe

 



 Mooie najaarsplanten

 

 

 

 
 



 

Heesters en bomen stekken:

Bladverliezende bomen en heesters kunnen heel goed door houtige stekken vermeerderd worden zonder dat men op de luchtvochtigheid hoeft te letten. Eind herfst als al het blad eraf gevallen is kunnen het beste de houtige stekken genomen worden maar het kan ook in begin van het voorjaar als je er in de herfst geen tijd voor hebt gehad. Houtige stekken die met een potlood dikte genomen zijn van het afgelopen seizoen, de gegroeide potlooddikke stengels, wortelen meestal het beste.

 

Knip een hele twijg en verdeel deze in stukken van ongeveer 10 a 15cm lang. Knip telkens de onderkant schuin af en de bovenkant recht, zodat vergissen niet mogelijk is. Snijd de stek aan de bovenkant ongeveer 1cm boven de bovenste knop recht af. Omdat houtige stekken genomen worden als de plant in rust is, kun je het beste wat stekpoeder gebruiken. Bundel de stekken van dezelfde soort met elastiekjes en houdt de bovenkant gelijk. De gebundelde stekken worden tot de helft of tweederde in de grond ingekuild, zet er een naam plaatje bij en laat ze verder in de winter met rust.

Vlak voordat de slapende knoppen in de lente zullen openspringen, moeten ze worden uitgeplant.
Maak de grond los en zet de stekken hier een voor een in met een onderlinge afstand van 10cm en dan moet de helft er van boven de grond uitsteken. Druk de grond rondom stevig aan en houdt de grond rond de stekken vochtig. Zorg er voor dat de stek op een schaduw plaats staat in het voorjaar, naarmate de wortels zich ontwikkelen mogen ze meer zon. Bemest de stekken regelmatig. In de herfst zullen de meeste stekken genoeg wortels hebben en kunnen ze op hun definitieve plaats worden geplant.

Winterstek Rozen:
Probeer maar eens een rozenstek: ‘afgerijpt’ stuk van zo’n 30 cm, onder een bladknoop recht afsnijden, bovenaan net boven een bladknoop en daar een blad of wat laten staan, geultje steken van 20 cm diep, graag wat zand onderin, stek er tot op dat zand in, geul dicht. Volgend jaar je nieuwe roos uitgraven (of gewoon laten staan). Je hebt toevallig geen rozen? Ook goed, dan probeer je een andere heester!

 

SOORTEN:

De soorten die zonder veel problemen geschikt zijn voor het maken van winterstek.
Buddleia (vlinderstruik): al in november knippen en opkuilen om goed callus te laten vormen.
Noot: wanneer we de stekken uit de kuil halen zien we aan de basis van de stek vaak verdikkingen en vergroeiingen: ‘callus’ genaamd. Hieruit zullen de wortels zich gaan ontwikkelen en daarom moet je daar heel voorzichtig mee omgaan.

Callicarpa bodinierii. Stek knippen voor de winter.
Caragana arborescens (erwtenstruik)
Colutea arborescens (blazenstruik)
Cornus alba ‘Sibirica’ (rode kornoelje in alle variëteiten)
Cornus stolonifera ‘Flaviramea’ (gele kornoelje)
Eleagnus multiflora (wilde olijfwilg)
Forsythia in soorten: onderaan de stek door knop snijden.
Laburnum (gouden regen) in soorten: in maart knippen en direct steken.
Ligustrum in soorten (liguster)
Metasequoia glyptostroboïdes: stekken als de knoppen open gaan.
Parthenocissus (wilde wingerd) in soorten: maart knippen en direct steken
Philadelphus (jasmijn) in soorten
Polygonum aubertii (bruidsluier)
Populus (populier) in soorten
Potentilla div. soorten, vnl. de hogere soorten als fruticosa-variëteiten
Ribes alpinum (alpenbes)
Ribes sanguineum (rode ribes)
Ribes rubrum (aalbes) in soorten en variëteiten)
Ribes nigrum (zwarte bes)
Ribes uva-crispa (kruisbes): naalden wegknippen.
Salix (wilg) in soorten en variëteiten
Sambucus (vlier) in alle variëteiten
Spiraea in soorten en variëteiten
Symphoricarpus (sneeuwbes) in soorten en variëteiten.
Weigelia in soorten en varieteiten.

 
 



Tuin klussen algemeen in november.Bomen en struiken kunnen nu worden geplant en verplant. Probeer bij het verplanten een zo groot mogelijke plantkluit te behouden. Bij de grotere bomen kan men eventueel een boompaal gebruiken om de stam aan vast te binden. Op deze wijze kan de boom zich goed inwortelen en verankeren in de bodem zodat hij stevig vast komt te staan.Rozen planten kan vanaf half oktober tot half april maar niet bij vriezend weer. Rozen plant je steeds op een zonnige en winderige standplaats. Rozen zijn nu eenmaal zonnebloemmers en de wind zal ze dan mogelijk vrij houden van bladluizen. Waar er voorheen reeds rozen stonden zullen nieuwe planten niet goed groeien. Daarom kun je de grond het beste uitgraven en vervangen door nieuwe tuinaarde.Heide en Rhododendrons planten op een zure bodem. Bij het planten kan men wat turf in het plantgat mengen. Vaste planten en heesters die niet volledig winterhard zijn zoals de Gunnera, fijnbladige Agapanthus, bananeplanten, Albizia, eucalyptus, zo goed als mogelijk beschermen tegen de vorst. Snoeiafval van vaste planten en van siergrassen kan op de composthoop. Laat ook enkele takken staan als wintersylhouet. De dode en uitgebloeide takken van Sedums, Monarda’s, siergrassen, Phlomis, Eupatoriums, zullen voor heel wat winterse tuinsfeer zorgen als ze door de mist licht-bevroren zijn.Dode takken kan men nu gemakkelijk uit de struiken en de bomen verwijderen. Deze kan men verhakselen en de houtsnippers kunnen dan terug onder de bomen worden aangebracht. Indien de gesnoeide takken in een uithoek van de tuin op een hoop worden gelegd zullen deze dienst doen als egelhuisje.Rotsplanten beschermen tegen teveel regen. Zorg voor een goede afwatering.Verwijder sneeuw van takken die teveel doorbuigen. (vooral bij coniferen)

Wortelstekken van vaste planten.Scheuren van vaste planten begin van de maand zodat de planten nog kunnen wortelen.

Deze maand hebben we naast de prachtige herfstverkleuring ook nog bloei van vaste planten zoals asters, zilverkaars (Cimicifuga), chrysanten, nerines, siergrassen Bij de heesters krijgen we geur en kleur van de Viburnum bodnantense en een hele winter bloemen van de Prunus subhirtella ‘Autumnalis’. Winterse bessen zijn dan weer terug te vinden op onder meer de vuurdoorn (Pyracantha), Callicarpa, Euonymus en hulst.

Balkonbakken, vazen en potten afwassen en opbergen. Potten die buiten blijven staan beschermen tegen de vorst (noppenfolie).

Bloembakken opnieuw vullen met winterbeplanting.

Nu het rustiger wordt is het de ideale periode voor het herstellen van schuttingen, pergola’s en tuinhuisje.

Aanleggen van paden en terrassen.

Tuinmeubels binnen brengen.

De serreverwarming installeren en isoleren met noppenfolie, rietmatten, piepschuim.

De serrebuizen eens goed reinigen zodat plaagdieren en ziekten er niet kunnen op overwinteren.

Na de laatste maaibeurt de grasmaaier binnen zetten voor zijn winteronderhoud. Hetzelfde geldt dan ook voor de motorheggenschaar, de grastrimmer en de bosmaaier.

Om in de winter toch wat leven in de tuin te brengen hang je enkele nestkastjes op. Doe dit op minstens 1,5 tot 2 meter hoogte zodat de katten er niet bij kunnen. Bestel tijdig enkele zaadcatalogen zodat je tijdens de lange winteravonden gezellig kunt kiezen. Als je je bestelling tijdig kunt doorgeven heb je trouwens meer kans dat alles nog voorradig is.

 
 



Bij vorst niet op het gazon lopen. Gazon vrij maken van de laatste afgevallen bladeren zodat het gras niet kan verstikken. De bladeren kan men gebruiken om bladaarde mee te maken. Dit kan op een apart composthoop met enkel bladeren maar men kan ze ook nat maken en in een plastiek zak stoppen. Na een jaar zal men in beide gevallen  bladcompost hebben. Wie het nog wil kan nu ook nog krokussen in zijn gazon planten. Je plant ze het beste uit in groepjes.

Bloembollen en -knollen:

De reeds gerooide dahliaknollen, gladiolen, begoniaknollen, die opgeborgen staan eens controleren op rotten, schimmels of op muizenvraat.

Plant tulpen, Oosterse sterhyacint (Scilla’s), voorjaarsanemonen.

Amaryllis (Hippeastrum) oppotten en op een lichte standplaats zetten. 
Kies bij de aanschaf voor de grootste bollen waarin veel reservestoffen zitten opgeslagen. Een bolomvang van 20 cm tot meer dan 30 cm is heel normaal. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren. Er zijn groot- en kleinbloemigen en enkel- en dubbelbloemigen. De wortels die nog aan de bol zitten moet je zeker sparen. Vul een bloempot met potgrond en steek de bol voor twee derde in de grond. Ze kunnen gewoon op de vensterbank worden geplaatst maar liefst in een goed verwarmde huiskamer want ze houden van 20°C. Geef weinig water totdat de stengel tevoorschijn komt. Zodra de knop en het blad zichtbaar worden dan mag men geleidelijk aan meer water geven. De stengel groeit daarna zeer snel en al spoedig zorgen enkele prachtige bloemen voor de climax. Dit hele proces kan zo’n 6 tot 10 weken duren.

Vijver:

Verwijder pompen en verlichting.

De vijverbeplanting terug snoeien.

Houten tonnen en zinken kuipen leegmaken en binnen brengen voor dat ze door ijsuitzetting  kapot vriezen.

 

 

 

 

Bomen en struiken kunnen nu worden geplant en verplant. Probeer bij het verplanten een zo groot mogelijke plantkluit te behouden. Bij de grotere bomen kan men eventueel een boompaal gebruiken om de stam aan vast te binden. Op deze wijze kan de boom zich goed inwortelen en verankeren in de bodem zodat hij stevig vast komt te staan.Rozen planten kan vanaf half oktober tot half april maar niet bij vriezend weer. Rozen plant je steeds op een zonnige en winderige standplaats. Rozen zijn nu eenmaal zonnebloemmers en de wind zal ze dan mogelijk vrij houden van bladluizen. Waar er voorheen reeds rozen stonden zullen nieuwe planten niet goed groeien. Daarom kun je de grond het beste uitgraven en vervangen door nieuwe tuinaarde.Heide en Rhododendrons planten op een zure bodem. Bij het planten kan men wat turf in het plantgat mengen. Vaste planten en heesters die niet volledig winterhard zijn zoals de Gunnera, fijnbladige Agapanthus, bananeplanten, Albizia, eucalyptus, zo goed als mogelijk beschermen tegen de vorst. Snoeiafval van vaste planten en van siergrassen kan op de composthoop. Laat ook enkele takken staan als wintersylhouet. De dode en uitgebloeide takken van Sedums, Monarda’s, siergrassen, Phlomis, Eupatoriums, zullen voor heel wat winterse tuinsfeer zorgen als ze door de mist licht-bevroren zijn.Dode takken kan men nu gemakkelijk uit de struiken en de bomen verwijderen. Deze kan men verhakselen en de houtsnippers kunnen dan terug onder de bomen worden aangebracht. Indien de gesnoeide takken in een uithoek van de tuin op een hoop worden gelegd zullen deze dienst doen als egelhuisje.Rotsplanten beschermen tegen teveel regen. Zorg voor een goede afwatering.Verwijder sneeuw van takken die teveel doorbuigen. (vooral bij coniferen) Gazon vrij maken van de laatste afgevallen bladeren zodat het gras niet kan verstikken. De bladeren kan men gebruiken om bladaarde mee te maken. Dit kan op een apart composthoop met enkel bladeren maar men kan ze ook nat maken en in een plastiek zak stoppen. Na een jaar zal men in beide gevallen  bladcompost hebben. Wie het nog wil kan nu ook nog krokussen in zijn gazon planten. Je plant ze het beste uit in groepjes.

Camellia japonica

Camelia’s bloeien van oktober tot mei, afhankelijk van soort en vorm.
Verzorging. Camelia’s vragen dezelfde zorg als rododendrons wat de grond aangaat. Dus zuur en licht. Maar in tegenstelling tot laatstgenoemde hebben ze diepere wortels en kunnen ze dus beter tegen de droogte. Na een paar jaar kan hun penwortel makkelijk een meter diep worden.
Geef ze niet te veel voedsel en wees zeker voorzichtig met stikstof. Gebruik voeding met een hoog gehalte aan fosfor en kalium. Snoeien enkel wanneer nodig en dan in het vroege voorjaar. Zo kan de plant in de zomer nog voldoende uitgroeien.


Foto op 3 maart 2008

Camellia’s zijn slechts winterhard tot ongeveer – 10° C, een beschutte en zonnige plaats in de tuin is hierdoor sterk aan te bevelen.

Vermeerdering:
Het stekken van camelia’s is goed te doen. Neem de stek wanneer de stengel
voldoende rijp is maar nog niet houtig. Moederplanten krijgen weinig water en voedsel. Dat bevordert de beworteling van de stek. Beworteling heeft zijn tijd nodig, ongeveer drie tot zes maanden.

 

 


Zilverkaars, Cimicifuga simplex

Vaste plant met decoratief varenachtig loof.
Roomwitte bloeiwijze in smalle aren. Hoogte circa 1,5 m. Bloeitijd oktober - december. Voedzame humusrijke en liefst vochtige grond. Zon - schaduw. Zeer mooie herfstbloeier.

 
 



Paddenlelie, Tricyrtis hirta Armelui’s orchidee

Paddenlelie. Bossige, opgaande plant. Loof tot 30 cm, bloemstengels tot circa 50 cm hoogte. Bloemen lichtroze, rood gevlekt. Bloeitijd: September - november. Losse humusrijke, iets zure en niet te droge grond in zon - halfschaduw.

 
 



Herfsttijloos (Leliefamilie Leliaceae)

Herfsttijlozen hebben een lange bloemdekbuis met het vruchtbeginsel helemaal onderin. De bloemen lijken op die van de Krokus, maar hebben 6 in plaats van 3 meeldraden en 3 stijlen in plaats van 1. De fraaie oranje stempels moeten nooit als saffraan worden gebruikt, vanwege de giftigheid. Na de herfstbloei groeit in de lente de bloemsteel, die de vrucht boven de grond uit duwt. De grote bladeren verschijnen pas in de lente.

Bloei periode: september november 

Plant plaats: kan in de zon en half schaduw, moet in het voorjaar voldoende vocht kunnen opnemen. Diepgaande, voedselrijke grond.
 
Planten: Moet half augustus al worden uitgeplant.
Plantdiepte 10-20 cm. Kan in juli worden verplant.
 
Vermeerdering: Uitplanten van zijbolletjes (kralen).
 
Gebruik: Tussen lage heesters en siergrassen en in rotstuinen.

 
 



Kerstroos (Nieskruid - meerdere soorten)

Bloeiperiode: november-februari (afhankelijk van de soort)

De Kerstroos is een polvormende, vaste plant met wortelstok. Hoogte 35 cm, breedte 50 cm, volledig winterhard. Bloeit van november/december tot april met komvormige wit-groene bloemen vaak met een roze gloed. De donkergroene bladeren zijn groenblijvend en samengesteld.
Houdt van een goed doorlatende grond in de halfschaduw.

Vermeerderen: voor de “H.oriëntalis-hybriden”, is de beste tijd in september als de wortelgroei net is begonnen. Verdeel de plant zodanig dat elk nieuw deel minstens een mooi lang stuk wortel en een volwassen blad overhoudt. Zorg ervoor dat de wortels van de moederplant niet uitdrogen en doe dit vermeerderen op een bewolkte, koele dag.

Vermeerderen: kan ook als de planten zijn uitgebloeid in het voorjaar, en het niet vriest.

 
 



  Plant nu de bollen

 
Lees meer...
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl