tuinkalender.punt.nl

 

Pieris japonica ‘Little Heath’

Bloeiperiode: maart/april

Winterhard: ja, blad zeer verschillende kleur schakeringen

Bladverliezend: nee

Hoogte: circa 100 cm brede heester

Grondsoort: humeus,vochthoudend

Standplaats: zon/halfschaduw

Vermeerderen: door zomerstek


 

Rozemarijn

 

 

Bloeiperiode: maart tot mei
Rozemarijn is een houtige en aromatische altijd groene en laagblijvende winterharde heester. De plant bloeit van maart tot mei met kleine blauwwitte bloemen. De smalle naaldachtige bladeren zijn aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant wit. De plant groeit in vertakte bundels en kan 1 tot 2 meter breed worden.

Standplaats: zon/halfschaduw.

Snoeien: om hem smal te houden kunt u hem regelmatig in de zomer en herfst snoeien.

Vermeerderen: Stekken door in augustus top stekken te nemen en met of zonder stekpoeder in stekgrond poten. En ook door in het voorjaar takken afteleggen, zodat die na een week of  8 goed geworteld zijn en dan kunt u ze van de moederplant af knippen, en op de plaats van bestemming planten.


  

 

Skimia japonica ‘Rubella’


in de bloei: 18 maart 2008

Skimmia japonica ‘Rubella’
Behoudt de donkerrode bessen gedurende de hele winterperiode. De bloemen zijn 5 tot 10 cm. hoog en zijn samengesteld uit ontelbare dicht op elkaar zittende kleine bolletjes. In het voorjaar ontluiken deze bollige onderdeeltjes zich tot kleine witte bloempjes die een fijne geur verspreiden en insecten aantrekken. De plant op zichzelf wordt tenslotte 1 meter hoog en even breed.

De Skimia heeft u het hele jaar plezier van, nu begint hij weer volop te bloeien en na de bloei komen de mooie rode besjes er weer in, zodat u met de kerst er weer mooie kerst takjes vanaf kunt knippen.
ook zijn bladeren blijven het hele jaar mooi groen, en kan in de schaduw en in de zon staan.

Vermeerderen: door afleggen of te stekken.
 


Magnolia stellata
 

 


Foto op 6 maart 2008

Bloeitijd: Bloeit in maart/april.

Bloei: Typische zuiver-witte bloemen met smalle bloemdek- bladen.
De bloemen kunnen soms schade oplopen door late nachtvorst.

Standplaats:
Volle zon tot lichte schaduw. Liefst een beschutte plaats. Niet echt kieskeurig maar groeit het beste op een goede, humusrijke en voedingrijke bodem. Geef hem een vaste standplaats want hij houdt er niet van om verplaatst te worden. Liefst lichtzure grond omdat op een te kalkrijke bodem de plant gevoelig kan zijn voor ijzergebrek. Magnolia bezit een oppervlakkig wortelgestel en daarom is een diepe bodembewerking niet gewenst. Ondiep planten. Zoveel mogelijk op een lichte en beschutte plaats. Door de vroege bloei kan nachtvorst soms storend werken voor de bloemen maar de plant zelf ondervindt
daar meestal geen hinder door.

Magnolia stellata, is een bijzonder rijkbloeiende, struikvormige magnolia met stervormige bloemen. Hij groeit langzaam en blijft klein. Daardoor is deze magnolia ook zeer geschikt voor een kleinere tuin,
zoals een voortuin bijvoorbeeld.

Snoeien:
Zo weinig mogelijk snoeien. Mocht het noodzakelijk zijn kan er in de zomer worden gesnoeid om de vorm te
behouden.


Camellia japonica

Camelia’s bloeien van oktober tot mei, afhankelijk van soort en vorm.
Verzorging. Camelia’s vragen dezelfde zorg als rododendrons wat de grond aangaat. Dus zuur en licht. Maar in tegenstelling tot laatstgenoemde hebben ze diepere wortels en kunnen ze dus beter tegen de droogte. Na een paar jaar kan hun penwortel makkelijk een meter diep worden.
Geef ze niet te veel voedsel en wees zeker voorzichtig met stikstof. Gebruik voeding met een hoog gehalte aan fosfor en kalium. Snoeien enkel wanneer nodig en dan in het vroege voorjaar. Zo kan de plant in de zomer nog voldoende uitgroeien.


Foto op 3 maart 2008


Camellia jap. Barbara Morgan
Foto op 5 maart 2008

Camellia’s zijn slechts winterhard tot ongeveer – 10° C, een beschutte en zonnige plaats in de tuin is hierdoor sterk aan te bevelen.

Vermeerdering:
Het stekken van camelia’s is goed te doen. Neem de stek wanneer de stengel voldoende rijp is maar nog niet houtig, neem tussen juni en augustus, stekken van ongeveer 7 cm. van half afgerijpte scheuten. U kunt ook een stek van de moederplant nemen zodra die onder aan de stam uit gaat lopen en ongever 7 cm groot is. Moederplanten krijgen weinig water en voedsel. Dat bevordert de beworteling van de stek. Beworteling heeft zijn tijd nodig, ongeveer drie tot zes maanden.



 

 

 

 


Kerstroos (Nieskruid - meerdere soorten)


Foto 3 maart 2008

Bloeiperiode: november/april (afhankelijk van de soort)

De Kerstroos is een polvormende, vaste plant met wortelstok. Hoogte 35 cm, breedte 50 cm, volledig winterhard. Bloeit van november/december tot april met komvormige wit-groene bloemen vaak met een roze gloed. De donkergroene bladeren zijn groenblijvend en samengesteld.
Houdt van een goed doorlatende grond in de halfschaduw.

Vermeerderen: voor de “H.oriëntalis-hybriden”, is de beste tijd in september als de wortelgroei net is begonnen. Verdeel de plant zodanig dat elk nieuw deel minstens een mooi lang stuk wortel en een volwassen blad overhoudt. Zorg ervoor dat de wortels van de moederplant niet uitdrogen en doe dit vermeerderen op een bewolkte, koele dag.

Vermeerderen: kan ook als de planten zijn uitgebloeid in het voorjaar, en het niet vriest.

 


Ribes sanguineum

Foto op 5 maart 2008

In sommige jaren kan de ribes al in maart tot bloei komen.
De ontelbare kleine roze bloemen vormen samen mooie trosjes. In het vroege voorjaar vormen deze bloemen een belangrijke voedselbron voor de eerste hommels en bijen. Als standplaats kan hij in de volle zon maar liever in halfschaduw. Een vrijstaande plant kan een hoogte bereiken van zo’n 2 meter.

Je kunt deze plant ook als haag aanplanten. Bodem: De Ribes kan overal geplant worden. Hij heeft een lichte voorkeur voor wat nattere grond.

Zonnige plaats of Halfschaduw
Bloei: maart-mei
Hoogte van de volwassen plant of struik: 200 cm

 


Mahonie struik ( Mahonia aquifolium)


Foto 18 maart 2008

Mahoniestruiken: zijn groenblijvende stekelig struiken en geven in het vroege voorjaar een geel-groen achtige kleur. Zij vragen weinig onderhoud, alleen de uitschietende takken na de bloei snoeien, maar hangen ze niet in de weg, dan is snoeien overbodig en kun je de mahoniestruik gewoon zijn gang laten gaan.
Het blad lijkt op dat van hulst, maar dan zachter. Het is wel bruikbaar voor kerststukjes, want het blijft in de winter aan de struik zitten. Deze heester doet het vrijwel overal in de tuin, zon en schaduw.

Boeiperiode: maart/april
Gewoonlijk worden ze 100 tot 150 cm hoog.
Wel voorzichtig zijn met de blauwe bessen die na de bloei er aankomen, want die zijn giftig. Dus verwijder die zo snel mogelijk uit de struik.

 


Bloembollen planten in maart/mei 

 

Anemone coronaria

 

Anemone coronaria, waar men nog vaak de naam ‘de Caen’ en ‘St. Brigid’ aan toevoegt zijn er in vele kleuren van roze, wit, blauw en purper; niet winterhard (bloei: juni-juli).

De Anemone coronaria Caen, bloemen hebben een doorsnee van 4-8 cm.

De Anemoon wordt geplant op een afstand van 5-8 cm.

Planttijd: maart/mei
Hoogte: 25 cm
Plantdiepte: 5 cm
Lichtomstandigheden: volle zon.

Vermeerderen: De Anemone coronariaknollen worden in augustus gerooid, de nieuwe bollen(kralen) die er aangegroeid zijn van elkander afhalen en moeten grondvrij schoon gemaakt worden en ze droog (donker) bewaren tot aan de planttijd in maart.


Hollandse Iris Bleu Magic.

 

Bloemkleur: licht blauw, geel, wit, paars, blauw

Bloeiperiode: Juni - Juli

Hoogte: 60 cm

Plantdiepte: 10 cm

Plantafstand: 10 cm

Lichtomstandigheden: volle zon

Toepassingen: bloembedden, borders en als snijbloemen.

De Hollandse iris Bleu Magic geeft de voorkeur aan goed gedraineerde grond. De bollen kunnen voor meerdere jaren in de grond gelaten worden maar de kans op vorstschade en ziekten is vrij groot. De bloemen hebben een doorsnede van 10 cm en de stelen zijn stevig.

Vermeerderen: door ze in september uit de grond te halen, en de bolletjes (kralen) die er aan gegroeid zijn als ze goed opgedroogd zijn na ongeveer 1 maand er afhalen en alles in donker en op een koele plaats bewaren, zodat u ze in maart weer uit kunt planten in uw tuin.


 

Oxalis deppei ‘Iron Cross’

 

Oxalis deppei ‘Iron Cross’ met zwartbruine kleur op de basis van de 4 bladeren.
is zeer aantrekkelijk door de donkerpaarse vlek in het centrum van de blaadjes. De bladen zijn driehoekig van vorm en tot zes centimeter lang. De plant vormt een pol, die dicht met bladen is bezet. Deze klaverzuring bloeit met roodachtige bloemen in juni - augustus. De plant wordt niet hoger dan 25 centimeter. Het is een prima bodembedekkende plant voor in de zon en halfschaduw.

Bloeiperiode: Juni - Juli
Planttijd: maart/mei
Plantdiepte: 5 cm
Plantafstand:10 cm
Hoogte: 25 cm

Lichtomstandigheden: volle zon.

Vermeerderen: door in het najaar de bolletjes (kralen) er af te halen en ze in het voorjaar maart/mei weer uit te planten, of door ze te laten staan daar zij zich vanzelf uitbreiden.


Allium oreophilum

Helder, lichtroze bloemetjes
Zeer geschikt in borders en als bodembedekker
Deze Allium bloeit in juni juli en blijft lang goed
De stelen met stervormige bloemetjes worden ongeveer 25 cm. hoog

Bloeiperiode: Juni - Juli
Planttijd: maart/mei
Plantdiepte: 5 cm
Plantafstand:10 cm
Hoogte: 25 cm

Lichtomstandigheden: volle zon.

De bloemen zijn paars-rood en stervormig. Dit soort komt pas goed uit wanneer de bollen in grote hoeveelheden worden aangeplant. Al snel zal de bol zich thuis voelen en gaan verwilderen.

Vermeerderen: door in het najaar de bolletjes (kralen) er af te halen en ze in het voorjaar maart/mei weer uit te planten, of door ze te zaaien.


Zo ziet hij er in de winter uit de, Cornus alba Sibirica
cornus_alba_sibirica.jpg

Struiken met bijzonder gekleurde (of gevormde) takken brengen ook kleur in de wintertuin, ze verdrijven de grauwheid van het seizoen en blijven de hele winterperiode mooi. Als ze dan ook nog mooi in de zomer zijn, zoals deze bonte kornoelje, is dat helemaal perfect.



Cornus alba Sibirica


 

Dit is een aantrekkelijke vaste plant, met bontgekleurd blad. De bloei is van weinig betekenis en de bloemstengels kunnen het beste afgesnoeid worden om uitzaaien te voorkomen, daar de zaailingen groene bladeren zouden kunnen hebben.
Het is een plant die van, hoogte varierend is van 1 tot 2 meter, de plant gedijt het beste in de zon of half schaduw en drassige grond.

Vermeerdering: door afleggen of te stekken.


Winterdek verwijderen 

 

Nu de eerste vaste planten al boven de grond komen wordt het tijd het winterdek te verwijderen. Een laag blad en afgestorven plantendelen hebben de grond en de planten tegen vorst beschermd, maar nu hebben de planten licht nodig.
Het blad kan heel makkelijk met een bladhark verwijderd worden. Hark het voorzichtig uit de border. Pas op de eerste jonge planten!


Ook andere winterbescherming in de vorm van noppenfolie, stro of rietmatten kun je nu weghalen.
Het is beter hier vroeg mee te beginnen en de bescherming bij (nacht)vorst tijdelijk weer aan te brengen. Blijft de winterbescherming te lang zitten, dan worden planten geel door lichtgebrek en krijgen ze een slechte start.


Katjesboom snoeien 

Van het wilgje Salix caprea ‘Kilmarnock’ (ook wel treurkatje of katjesboom genoemd) kun je jaren plezier hebben, mits je het boompje regelmatig snoeit. Deze wilg wordt op een stammetje geënt en heeft naar beneden hangende takken.

Knip na de bloei, als de katjes lelijk worden, de takken tot op de kroon terug en niet halverwege, zoals je vaak ziet. Dan ontstaat namelijk een wilde takkenbos, die veel te zwaar en te rommelig is voor de dunne stam. Na het snoeien staat het boompje er kaal bij, maar dat is tijdelijk.






Schoenlappersplant

Bergenia of schoenlappersplant is een vroege bloeier.

Bloeiperiode Maart / Mei

Eind maart of begin april verschijnen de hardroze bloemen. Maar soms bloeit de schoenlappersplant slecht of helemaal niet. Meestal komt dat omdat de planten zijn gezaaid en niet, zoals eigenlijk zou moeten, vermeerderd door wortelstek. Ook planten die al een tijd op dezelfde plaats staan willen op een gegeven moment niet meer bloeien. Vermeerderen: graaf ze in de herfst op, knip de wortelstokken (met daarop een bladrozet) in stukken van 10 cm en plant ze opnieuw uit. Het volgende voorjaar verschijnen er dan weer bloemen.






Kuipplanten verpotten

Nu de dagen langer worden en het licht feller, gaan de planten groeien. Ook de kuipplanten in hun overwinteringsruimte vertonen weer tekenen van leven. Je kunt ze nu verpotten en zonodig terugsnoeien. Bij forse exemplaren is het niet altijd mogelijk om ze bij het verpotten een (nog) grotere pot te geven. De plant is dan immers niet meer te tillen.
Een oplossing voor dit probleem is ruimte maken voor verse potgrond in de bestaande pot.

Haal hiervoor de kluit uit de pot.Snijd aan de onderkant een plak van ongeveer 3 tot 5 cm van de wortels af.
Verwijder ook eventuele losse, oude aarde aan de zij- en bovenkant van de kluit.
Vul de ontstane ruimte op met verse potgrond en geef wat water.
De kuipplanten kunnen er nu minstens weer een jaartje tegen, zeker als je tijdens het groeiseizoen regelmatig bijmest.

 



Mollenprobleem?

 

Een mol is een nuttig zoogdiertje, dat wortelvretende bodeminsecten zoals emelt, engerling en koperworm op zijn menu heeft staan. Toch zien de meeste tuinliefhebbers mollen liever gaan dan komen, zeker als de gravers onder het gazon huizen. Trillingen, geluid en geur kunnen helpen als afweer.


Planten die mollen zouden weren zijn de tweejarige, giftige kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyrus) en keizerskroon (Fritillaria imperialis). Hun geur zou mollen afschrikken. Om de paar meter zo’n decoratieve plant rond de tuin is het proberen waard. Voor geluid (door de wind) zorgt een fles zonder bodem, ingegraven in de mollengang. De hals moet boven de grond uitsteken. Er zijn ook speciale trilapparaatjes te koop. Met een mollenval in de gang wordt het dier levend gevangen, een mollenklem doodt de mol.








Planten scheuren(Hosta)


Hosta

Planten die in de winter boven de grond afsterven om ieder voorjaar weer tevoorschijn te komen, zijn de zogenaamde vaste planten.

Na een aantal jaren verouderen deze planten. Het hart van de plant blijft achter in de groei; de jonge groeikrachtige delen zitten aan de buitenkant. Veel vaste planten hebben er dan ook baat bij als ze eens in de paar jaar worden gescheurd. Dit kun je zowel in het voor- als najaar doen. Vaste planten die je goed kunt scheuren zijn bijvoorbeeld hosta’s, margrieten, ooievaarsbek (Geranium), vrouwenmantel en herfstasters.

Zo ga je te werk: bij een Hosta

Spit of graaf de pol eerst helemaal uit.
Steek met een scherpe spade de buitenste delen eraf of trek de pol met de hand uit elkaar.
Plant de buitenste delen opnieuw uit. Het hart van de plant mag op de composthoop.







Bloemen in maart 


Camelia

In maart komen naast de voorjaarsbollen als krokussen en narcissen, al heel wat planten in bloei.

Eén van de meest spectaculair bloeiende heesters in het vroege voorjaar is de camelia.

Camelia wordt vaak als kuipplant gekweekt, maar er zijn ook tamelijk winterharde soorten die in de tuin kunnen staan.






Vlinderstruik snoeien

De vlinderstruik (Buddleja) is een prachtige zomerbloeier.Maar als hij nooit gesnoeid wordt zal hij erg hoog worden en minder bloemen geven. Om ervoor te zorgen dat buddleja compact blijft en rijk bloeit kun je alle takken op een paar centimeter boven de grond afknippen of -zagen. Wil je toch een iets hogere struik, bijvoorbeeld achter in de border, dan is het ook mogelijk om een ‘gestel’ van wat oudere takken aan te houden. Deze takken blijven elk jaar staan.

In maart snoei je alleen de (dunnere) takken die vorig jaar zijn gegroeid af. Gebruik een scherpe snoeischaar, voor dikkere takken is een handzaagje erg handig.

Het duurt meestal even, maar aan het eind van de gesteltakken vormen zich weer nieuwe scheuten die hetzelfde jaar bloeien.







Extra TIPS
:

Na half maart kamperfoelie flink terugsnoeien. 
Caryopteris na half maart terugsnoeien tot op de grond (bloeit op 1-jarig hout).
Plant de voorjaarsbolletjes die in je kamer hebben gebloeid nu in de tuin.

Tuin klussen algemeen in maart.

Rozen snoeien.

De struik- en stamrozen kan je het beste tussen 1 maart en 1 april snoeien. Snoei je struikrozen kort, tussen 20 en 30 cm boven de grond. Gebruik altijd een scherpe snoeischaar die een gladde snede maakt. Haal eerst al het dode hout weg, ook alle kleine takjes en snoei dan de stevige, gezonde takken in. Hoe korter je snoeit, des te krachtiger worden de nieuwe scheuten. Aan een goede struik zitten zo’n 8 à 9 sterke takken. Snoei van twee takken die te dicht op elkaar zitten of elkaar kruisen, er ook één weg. Snoei kort boven een naar buiten wijzend oog (een knop). Laat je er een te lange stomp boven zitten, dan sterft die in, en dat kan allerlei ziekten veroorzaken.

Miniatuurroosjes moet je niet zo kort snoeien, die kan je beter tussen de 40 en 50 cm boven de grond snoeien, verder is de behandeling hetzelfde. Botanische of heesterrozen moet je ook niet te kort snoeien. Als ze te groot worden, kun je wel wat oude takken bij de grond wegnemen. Bij klim-, treur- en bodembedekkende rozen kun je eventueel nog wat takken inkorten als die te lang worden of verkeerd groeien. Als er veel nieuwe, jonge scheuten vanuit de basis komen, kun je ook daarbij eventueel wat oude takken wegnemen. Heel belangrijk is dat je de takken bij klimrozen gebogen of horizontaal aan een klimrek vastbindt. Hoe beter ze horizontaal staan, des te meer bloeischeuten zullen ze vormen. De meeste stamrozen zijn gewoon struikrozen die op een onderstam zijn geënt. Die kun je bovenin gewoon als struikrozen snoeien.

Ruim oude planten stengels op

Als je de dode bloeistengels en het afgestorven blad nog niet bij de vaste planten hebt weggehaald, kun je dat nu doen. Doe dit wel voorzichtig. Beschadig de jonge groeineuzen die nu uit de grond komen niet.
Het dode materiaal kan in een compostcontainer, zodat u dat weer na verloop van tijd als compost kunt hergebruiken.
Heeft u deze winter planten tegen de vorst beschermd dan kunt u dat materiaal nu weghalen, en opbergen als het nog goed is, tot het weer winter is om het dan weer te gebruiken.

Heesters:
De heesters die in de zomer of de herfst zullen bloeien mogen we nu nog snoeien. Voorjaarsbloeiers snoeien zou betekenen dat we de takken met de bloemknoppen wegknippen. Buddleia davidii of vlinderstruik, kornoelje (Cornus) en de pluimhortensia (Hydrangea) kunt u nog tot eind deze maand vrij kort insnoeien.

Bladverliezende en ook groenblijvende sierheesters en bomen kunnen worden aangeplant of verplant. Bij het verplanten is het bij de bladhoudende heesters aan te raden een zo groot mogelijke plantkluit te behouden. Sierheesters die zijn opgekweekt in grote potten kunnen het hele jaar door worden uitgeplant.

Wie nu nog een haag wil planten met haagplanten die in de tuincentra worden aangeboden met blote wortel zal er in maart werk moeten van maken, want na deze maand zijn ze meestal enkel nog in pot te verkrijgen wat de haag een stuk duurder in aanschaf zal maken.

Bij de rode kornoelje die de hele winter met zijn mooie takken voor kleur en sfeer in de tuin heeft gezorgd kunnen de takken nu worden uitgedund. Verwijder de dikste takken zodat uw struik steeds veel jonge, frisse takken bezit die niet te hoog of te wild uitgroeien.

Hakken en wieden.

Het onkruid begint terug goed te groeien. Verwijder het wanneer je kan en laat het niet groeien tot het zich uitzaait. Met een hak of met een schoffel kun je al snel hele oppervlaktes onkruidvrij maken. Indien je dit doet bij zonnig weer zal het uitgehakte onkruid al spoedig uitdrogen.
Bloembollen:

Stekken van dahlia’s. De ± 10 cm hoge scheuten kunnen onder de eerste bladknoop worden afgesneden met een scherp mes. De onderste bladeren verwijderen en de stekjes in een mini serretje plaatsen bij minstens 10 °C.

De uitgebloeide narcissen vormen zaaddozen die veel energie van de planten vragen. Daarom is het aan te raden om toch wekelijks de uitgebloeide bloemen te verwijderen met snoeischaar of met de hand.

De Canna indica of Indisch bloemriet mag nu worden opgepot. Na het oppotten blijven deze nog op een vorstvrije ruimte tot ze tegen eind april naar buiten mogen.

Bloembollen van verschillende zomerbloeiende planten mogen nu al de grond in. Gladiolen, crocosmea en anemoontjes komen hiervoor in aanmerking. De nog meer vorstgevoelige zomerbloeiende bloembolplanten zoals de ananasplant (Eucomis) en de tijgerbloem (Tigridia) kunnen beter nog wat binnen blijven en pas volgende maand buiten worden uitgeplant.
Vijver:

Als er nog netten over de vijver hangen voor de afvallende bladeren dan mogen die stilaan worden verwijderd.

vijverpompen kunnen terug voor stromend water zorgen zodat het water terug van zuurstof wordt voorzien voor het vele vijverleven.

Als het water een temperatuur van 10 °C heeft bereikt dan mag men de vissen al een weinig voedsel geven. Geef nog niet te veel want als ze nog veel voedsel laten liggen zal dat de algengroei bevorderen.

Lees meer...
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl